Integrated Marine Information System | Scheldemonitor

Kies hier de meest geschikte de toegang tot het kennis- en informatie-systeem. U kunt zoeken naar personen, instellingen, evenementen, literatuur, projecten en datasets. U vindt de overeenkomstige zoekscherm binnen door te klikken op de onderstaande links.
U kunt de zoekresultaten met behulp van de menu's aan de linkerkant te verfijnen.

Personen | Instituten | Publicaties | Projecten | Datasets | Kaarten
[ meld een fout in dit record ]mandje (0): toevoegen | toon Print deze pagina

MONEOS – Geïntegreerd datarapport toestand Zeeschelde INBO 2012: monitoringsoverzicht en 1ste lijnsrapportage geomorfologie, diverstiteit habitats en diversiteit soorten
Van Ryckegem, G. (Ed.) (2013). MONEOS – Geïntegreerd datarapport toestand Zeeschelde INBO 2012: monitoringsoverzicht en 1ste lijnsrapportage geomorfologie, diverstiteit habitats en diversiteit soorten. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, INBO.R.2013.26. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek: Brussel. 102 pp.

Beschikbaar in  Auteur | Datasets 

Trefwoorden
    Diversiteit; Geomorfologie; Habitats; Monitoring; Soorten; België, Zeeschelde [Marine Regions]

Auteur  Top | Datasets 
  • Van Ryckegem, G., redacteur, meer

Abstract
    De voorliggende datarapportage omvat een toelichting en eerste lijnsanalyse van de onderdelen van de geïntegreerde systeemmonitoring van het Schelde-estuarium – MONEOS – uitgevoerd door het INBO.

    De datarapportage ‘Macrozoöbenthos’ omvat de verwerkte gegevens van de campagne 2011. De evolutie in densiteit en biomassa van de bodemdieren is relatief stabiel. In het subtidaal is er bijzonder weinig voedsel voor vissen en vogels te vinden. Het intertidaal is als potentieel foerageergebied voor deze hogere trofische niveau’s heel wat belangrijker. Stroomopwaarts nam de densiteit en biomassa per oppervlakte-eenheid toe. Vooral de zijrivieren Rupel, Zenne, Durme en het traject Melle – Gentbrugge zijn relatief van bijzonder belang voor de secundaire productie in het systeem.

    In 2012 werd voor het eerst (net) een goede ecologische toestand bekomen voor vissen in de Zoetwaterzone van de Zeeschelde. De situatie in de Oligohaliene zone blijft ‘ontoereikend’ en verslechtert tegenover vorige jaren. Ook in de Mesohaliene zone is de toestand van het visbestand achteruit gegaan en gaat de toestand van ‘matig’ naar ‘ontoereikend’. In totaal bleef het totaal aantal soorten (33 in 2012) stabiel in de Zeeschelde. Spiering en Fint, twee trekvissoorten, zwemmen steeds verder stroomop. Voor het eerst werd Spiering terug gevangen op de Zenne. In Doel (data kerncentrale) veranderde er weinig in de soortdiversiteitsdata. Er was in 2012 een vergelijkbare bijvangst van Hyperbenthos in Doel. De Chinese wolhandkrab (exoot) neemt in Doel toe, ook de bijvangsten toonden hoge aantallen voor deze soort in zowel Zeeschelde als in de zijrivieren.

    Het internationaal belang van de Zeeschelde voor watervogels is gestaag verminderd sinds de periode 2001-2004 tot een overwinteringspercentage lager dan 1% voor de meeste soorten. Sinds de winter van 2007-2008 blijft het overwinterende populatie-aandeel stabiel. Voor de Krakeend is het percentage steeds hoger gebleven dan 1% en is de trend de laatste jaren eerder variërend tussen 1.5 en 4 %. In de Zeeschelde is de Beneden-Zeeschelde (Zeeschelde IV) proportioneel belangrijker geworden tot het halen van het 1% criterium voor de Krakeend. Het is ook de enige zone waar deze soort stand houdt of zelfs een licht positieve trend toont. In het estuarium worden echter de maxima geteld op de Zenne. In 2009 en 2012 werd het 1% criterium voor de Krakeend gehaald in het waterlichaam Dijle – Zenne en ook op de Zenne als rivier! Globaal gesproken stabiliseren de aantallen of nemen de aantallen verder af van de belangrijkste soorten watervogels in 2012. Sinds medio jaren 2000 is proportioneel vooral het aandeel vogels in de oligohaliene zone sterk afgenomen. De verscheidene zones in de Zeeschelde zijn momenteel verhoudingsgewijs even belangrijk. Hierdoor is het relatief belang van de zijrivieren en Zeeschelde I (zoet kort) toegenomen in de tijd. Terwijl vroeger in de zijrivieren en Zeeschelde I minder dan 10% van de vogels aanwezig waren is dit nu 25- 30% van de aantallen in het estuarium (Netes niet beschouwd). Dit aandeel lijkt ongeveer constant sinds 2008.

    In 2012 zette de Bever zijn opmars in het Schelde-estuarium verder. Voor het eerst werd ook de Otter waargenomen in de Schelde-vallei ter hoogte van Willebroek, en ook de Grijze zeehond werd voor het eerst waargenomen op de Zeeschelde. Algemeen is een positieve evolutie merkbaar in het voorkomen van de (zee)zoogdieren.

    De hoogteveranderingen langsheen de slikprofielen zijn vaak locatieafhankelijk. Sommige zijn relatief stabiel, anderen sedimenteren. Wanneer erosie optreedt, is het vaak in de lage slikzone en gaat het gepaard met sedimentatie in de hogere slikzone. Slikken tussen de Rupelmonding en Dendermonde, waar in het verleden sterke veranderingen zijn opgetreden (o.a. door zandwinning), herstellen zich (tot nu toe) maar tot op een lager niveau. Beide fenomenen zorgen voor een versteiling van de helling van het slik.


Datasets (7)
  • ME-2 Monitoring estuarium langs de Zeeschelde - watervogels, meer
  • ME-5c Permanente Kwadraten Schelde databank, meer
  • ME: Monitoring Estuary. Monitoring van het estuarium van de Zeeschelde, meer
  • Estuaria VIS-dataset, meer
  • Hoogtemetingen buitendijks gebied van de Zeeschelde, meer
  • Slik-schor hoogteraaien in de Zeeschelde, meer
  • Vegetatiekaarten data Zeeschelde, meer

Alle informatie in het Integrated Marine Information System (IMIS) valt onder het VLIZ Privacy beleid Top | Auteur | Datasets